Herkenbare registratie van instellingen en opleidingen

RIO wordt het wie, wat, waar en hoe van het onderwijs. Iedere onderwijsinstelling of betrokken partij gaat gebruik maken van RIO, ongeacht de onderwijssector. RIO is namelijk generiek en geldt voor alle sectoren, maar is op maat gemaakt per onderwijssector.

RIO biedt de basisstructuur waarmee de registratie van de eigen organisatiestructuur en het eigen opleidingsaanbod mogelijk wordt gemaakt. Met RIO leggen onderwijsinstellingen de eigen structuur en inrichting eenduidig vast volgens de zogeheten ‘onderwijskundige werkelijkheid’.

Dit betekent dat niet langer wet- en regelgeving, of andere processen en vereisten het uitgangspunt vormen voor registratie, maar de wijze waarop een onderwijsinstelling de organisatie en het onderwijs zelf heeft ingericht. Dat komt in feite overeen met de werkelijkheid die wordt herkend door de medewerkers maar ook door de leerlingen, studenten en andere direct belanghebbenden. Naast de ‘onderwijskundige werkelijkheid’ bevat RIO ook de zogeheten ‘juridische werkelijkheid’. De juridische werkelijkheid is de beschrijving en registratie van instellingen en opleidingen volgens wet- en regelgeving zoals dat nu bijvoorbeeld in BRIN gebeurt. In RIO worden beide werkelijkheden aan elkaar gerelateerd.


Onderwijskundige werkelijkheid versus andere werkelijkheden

Uiteraard zijn er wel randvoorwaarden aan die onderwijskundige werkelijkheid verbonden. De registratie conform de onderwijskundige werkelijkheid is in principe procesneutraal. RIO wordt als informatiemodel en registratie zodanig uitgewerkt en ingericht dat gegevens die onderwijsinstellingen moeten aanleveren in het kader van wet- en regelgeving, dus ook aangeleverd kunnen worden. RIO verandert niet die wet- en regelgeving, maar maakt de informatie-uitwisseling tussen onderwijsinstellingen en hun ketenpartners makkelijker en efficiënter. RIO bevat daartoe zowel objecten die te maken hebben met het domein 'onderwijsuitvoering' als het domein 'erkenningen en licenties'. In het domein 'onderwijsuitvoering' vinden we de objecten uit de onderwijskundige werkelijkheid waarover de onderwijsinstellingen zelf zeggenschap hebben. Het domein 'erkenningen en licenties' bevat de erkenningen (erkenningen zoals bevoegd gezag, onderwijsinstelling, vestiging, opleiding) en licenties die aan die erkenningen zijn verbonden zoals die zijn vastgelegd conform de onderwijswetgeving. Die twee domeinen zijn aan elkaar gerelateerd. Op deze manier vormt RIO de basis voor (zowel juridisch als niet-juridisch) processen in andere werkelijkheden waarbij instellingen gegevens over zichzelf (moeten) verstrekken. 


Wat wordt er vastgelegd?

Met RIO kunnen onderwijsinstellingen het wie, wat, waar en hoe van de eigen organisatieonderdelen registreren:

  • Wie – dit zijn organisatorische eenheden zoals het bestuur en de onderwijsaanbieder (de formele overkoepelende term in RIO voor school, college, vakgroep, etc.)
  • Wat – dit zijn de formele opleidingen of opleidingseenheden (denk aan ILT, CREBO, CROHO)
  • Hoe - dit zijn de opleidingen zoals ze door de onderwijsinstelling worden aangeboden, bijvoorbeeld in een bepaalde onderwijsvorm
  • Waar – dit is de plek of locatie waar het onderwijs wordt aangeboden

Deze vast te leggen eenheden noemen we in het informatiemodel informatieobjecten. Wat ze precies inhouden, hoe ze zich tot elkaar verhouden en waarom ze zo zijn gekozen, is in het onderdeel De informatieobjecten van RIO beschreven.

Bovendien worden er relaties gelegd tussen deze objecten en informatie-objecten die in processen als erkenning en bekostiging een rol spelen. Dat gebeurt in systemen als BRON en de opvolger van BRIN (het register RIO). Hiermee wordt bewerkstelligd dat wat een instelling registreert conform RIO ook direct bruikbaar is voor deze processen die van belang zijn voor het goed kunnen uitvoeren van de wet- en regelgeving.